de mooie dingen

Er zijn van die dagen dat je weet dat je toch wel een hele leuke baan hebt! Gisteren was zo’n dag. Ik mocht als gedeputeerde cultuur de 49ste gouden munt van de Schat van Loppersum in ontvangst nemen. Een paar jaar geleden is bij de werkzaamheden aan het riool een groot aantal (48) gouden munten gevonden. De grond erom heen verdween naar de stort en de afgelopen weken is met precisie werk de grond doorzocht en daar is een 49ste munt gevonden. Een mooi moment. Voor de amateur archeologen Aldwin Wals en Nanco Bos, wiens inzet werd beloond, maar ook voor de provincie Groningen. Immers de provincie is met deze munt weer een zichtbaar stukje van haar geschiedenis rijker.

De munt is waarschijnlijk tussen 1470 en 1480 geslagen en heeft een verwijzing naar Frederik III (1439-1493) die heerser was over Dordtmund. Aan de ene kant van de munt staat een Rijksappel met een zespas en de tekst MON*NOVA*TRENONIENSI* De andere kant heeft een staande keizer als beeld en de tekst FRIDERICVSo – vijfbladige bloem – oRO´IMP´

Archeologische schatten die in de provincie gevonden worden behoren toe aan de provincie. Dankzij het werk van amateur archeologen als Aldwin en Nanco vinden we ook zo af en toe dergelijke schatten. En hoewel veel van de archeologische schatten het beter doen als ze in de grond blijven is het ook wel heel waardevol om af en toe een schat naar boven te halen. Samen met het gebouwde erfgoed, het landschap en de mensen vertellen zij het verhaal van onze provincie. Waarom Groningen Groningen is. Wat maakt dat we ons thuis voelen. Aan dat verhaal dat thuis gevoel is gisteren weer een stukje toegevoegd.

DJiBi3wVAAAgcZ12017-07-05 Gouden munt 1-3 2017-07-05 Gouden munt 1-5

IMG_0198 IMG_0219 IMG_0220

Een duurzaam begin

Na 6 weken is gisteren het politieke seizoen weer echt begonnen. Vele onderwerpen die in de zomer waren blijven liggen kwamen gisteren tijdens de reguliere afdelingsoverelggen aan de orde en vandaag begonnen ook de GS vergaderingen weer. Die laatste was gelukkig een stuk rustiger maar wel met een voor mij bijzonder besluit. Namelijk om de inspectieboot te vervangen voor een nieuw en vooral duurzaam exemplaar. En hoewel het betekent dat we op de korte termijn zo’n 6 ton extra nodig hebben, bleek deze zomer bij het doorrekenen van alle effecten voor de levensduur van de boot de duurzame goedkoper te zijn dan de reguliere versie.

Duurzaamheid is al lang niet meer duur. Steeds meer komen we er achter dat juist door duurzame keuzes te maken we op de lange termijn geld besparen. In brandstof kosten, in het beheer en onderhoud, in de levensduur en daarmee het tempo waarmee de boot afgeschreven moet worden. Allemaal factoren die mee gewogen zouden moeten worden bij de keuze om wel of niet voor duurzaamheid te gaan. En dan nemen we de kosten als gevolg van de klimaatverandering niet eens mee.

En met de keuze die het college vandaag heeft gemaakt kunnen we ook echt een duurzame boot aanschaffen. Hij gaat varen op elektriciteit. Wordt afgewerkt met duurzame lakken. De installaties aan bord zullen zoveel mogelijk zo ingeregeld worden dat warmte hergebruikt kan worden. Kortom een boot die in zijn soort duurzaam is, in zijn gebruik duurzaam is en ook nog eens financieel duurzaam blijkt te zijn. Een win-win-win. Een goed begin van het nieuwe politieke seizoen.

meer informatie? zie de site van de provincie (link) of RTV Noord (link) 

 

Friesenbrücke – op herhaling

Inmiddels is het ruim 20 maanden geleden dat een onfortuinlijke schipper aan het begin van de avond de spoorbrug bij Weener aan voer. Een spoorbrug die uniek is in zijn soort. Nergens in Europa is er een spoorbrug van deze lengte. Maar dat niet alleen. Gebouwd aan het begin van de 20ste eeuw onder bijzonder ontwerp en daarom een monument. Dat herstel dus niet eenvoudig was, werd ons al vrij snel na die donderdagavond begin december 2015 duidelijk. Maar dat het proces zo langzaam zou gaan, had ik niet van te voren kunnen bedenken.

Vandaag was er een doorbraak. Na vele taskforce overleggen ambtelijk en bestuurlijk, heeft de Duitse overheid (federaal en Länder) besloten om de brug niet te herstellen, maar te vervangen. De opdracht aan DB Net (de Duitse Prorail) is gegeven om de nieuwbouw (een draaibrug) verder uit te werken en hoewel de budgetten technisch nog in de begroting geregeld moet worden is er instemming van beide grote Duitse partijen (CDU en SPD) en daarmee is dat, ondanks de aanstaande verkiezingen, een technische detail. Daarnaast heeft de Duitse overheid toegezegd dat de brug sowieso minimaal 20 minuten beschikbaar moet zijn voor het spoorverkeer. En vooral dat laatste was een belangrijke uitkomst van het overleg vandaag in Bonn.

De nieuwbouwvariant kent een draaibrug die meer dan de huidige klapbrug tijd nodig heeft om op en en dicht te gaan. Tot nu toe heeft de scheepvaart aanspraak kunnen maken op minimaal 30 minuten beschikbaarheid van doorvaart. Met het langzamer open en dicht gaan van de brug ontstond de situatie dat er nog maar zo weinig minuten beschikbaar zouden zijn voor het spoor dat een goede dienstregeling niet of nauwelijks meer mogelijk was. Met de toezegging dat de brug minimaal 20 minuten beschikbaar is voor het spoor (wat dus ten koste gaat van de scheepvaart) is een goede dienstregeling mogelijk en meer.

De afgelopen jaren heeft de provincie Groningen gewerkt aan het project de wunderline. In dit project werkt de provincie samen met Duitse partners aan de realisatie van een snelle verbinding tussen Bremen en Groningen. met de toezegging van vandaag blijven de ambities van de wunderline in de toekomst mogelijk. Bovendien wordt de dienstregeling dan niet meer onderbroken doordat de Friesenbrücke eruit getild wordt ten behoeve van de cruise schepen van de Meijer Werf. Eind goed, al goed dus. Nu alleen nog wel wat geduld voor de uitvoering. De nieuwe brug zal niet eerder beschikbaar zijn dan in 2024. Maar de brug die we dan krijgen is wel een betere brug dan we voor december 2015 hadden.

3 portefeuilles – 1 Archeologisch Park

Soms heb je van die momenten dat je portefeuilles bijzonder blijken samen te vallen. Vanuit mijn portefeuille Verkeer en Vervoer werk ik intensief samen met de Stad, het ministier I&M, NS en Prorail aan het project Spoorzone. Doel van dit project is het hoofdstation zo aanpassen dat het mogelijk wordt om treinen uit noord en oost door te laten rijden zodat de stad als geheel per spoor nog beter ontsloten wordt. Ook kan op die manier een beter toegankelijk knooppunt gemaakt worden waarbij bus, trein & fiets beter op elkaar aansluiten. Het project gaat vaak gepaard met ingewikkelde termen en bijzondere jargon.

Een van de maatregelen die in dat kader genomen worden in het verplaatsen van het opstelterrein. Dit is het gebied in de buurt van het station waar treinen tijdelijk neer gezet kunnen worden tussen de spitsen in, waar treinen schoongemaakt worden en/of gerepareerd. Het opstelterrein ligt nu achter het station en wordt verplaatst naar de Vork. Een gebied tussen Groningen en Haren in tegen het industrieterrein Groningen Zuid Oost aan. Tussen het opstelterrein en het dorpje Essen (onderdeel van de gemeente Haren) in komt een landschapspark. Om zo de overgang van het dorp naar het opstelterrein minder hard te maken en hinder zo veel mogelijk te voorkomen.

Nu is er deze zomer, in het kader van de voorbereidende werkzaamheden, archeologisch onderzoek gedaan. Als gedeputeerde Cultuur bracht ik een werkbezoek en werd ik rondgeleid in de wereld van de vuurpijlpunten en proef sleuven. Een van de vondsten die ze daar hadden gedaan was een restant van een bebouwing uit de ijzertijd. Bijzonder omdat het hier om de uitlopers van de Hunze gaat. Een gebied dat in die tijd vaker onder water stond dan niet en dus ging men er altijd vanuit dat er geen permanente bewoning geweest was. Dat bleek dus niet het geval. Een huis met een gracht was tijdens de zoektocht langzaam zichtbaar geworden. alsmede ook een hoop gereedschap en dus vuurpijlpunten. Unieke archeologie dat we zo goed mogelijk moeten willen bewaren voor de toekomst. En zoals dat gaat met een archeologische vondst, dat doe je het liefst en het beste, gewoon in de grond. Alleen het landschapspark wat voorzien was betekende dat er gegraven moest worden juist op een aantal waardevolle plekken.

En dus moest ik als gedeputeerde Ruimtelijke Ordening aan de slag. Het opstelterrein en het landschapspark is namelijk ruimtelijk via een zogenaamd Provinciaal Inpassingsplan (PIP) geregeld. Een PIP is feitelijk een provinciaal bestemmingsplan dat vaak gebruikt wordt als iets gemeentegrens overschrijdend is. Op die manier kan voor een project één procedure gebruikt worden om het plan ook ruimtelijk mogelijk te maken. Nu het landschapspark aangepast moest worden, moest ook het PIP aangepast worden. Na wat passen en meten hadden we een inrichting gevonden die zowel de functie van het park (betere overgang tussen dorp, buitengebied en opstelterrein en voorminderen van de hinder) als de archeologische vondsten (en zo min mogelijk graven op plekken van de de vondsten en hier en daar extra grond om de vondsten beter te beschermen) wisten te behouden. Deze week gingen we met de plannen naar buiten en dat leiden in de media tot een unieke kop bij een Verkeer&Vervoersproject …. Haren krijgt archeologisch park!